Het leven als puzzel

Ze hangt boven haar puzzel. Haar hand gaat door de stukjes en ze bestudeert de plaat op de doos. Ze legt een stukje en verzucht tevreden: wat fijn dat het allemaal in elkaar past! Een soort eenheidsgevoel overvalt me.

Deel van het geheel
De puzzelaar ziet het complete plaatje. Identificeert zich niet met de afzonderlijke puzzelstukjes, maar maakt ze deel van het geheel. De vormen groeien zonder haast naar het complete plaatje toe. Er hoeft ook niks verbeterd te worden, want het is er allemaal al. Het complete plaatje zelf verandert niet. Het geheel is en blijft. Het perspectief van de puzzelaar. Hoe heerlijk. Overzichtelijk. Alomvattend veilig en zeker. Het zien van het geheel en de rest is spelen met vormen.

Eigen plekje
Maar dat gevoel van eenheid is er niet altijd. Want soms word je zomaar in de puzzel gezogen. Door een trigger. Een herinnering. Een vleugje angst. En dan opeens lijk je een afzonderlijk puzzelstukje, dat zoekt naar het geheel. Er is geen totaalbeeld te bekennen. Er krioelen honderden andere stukjes om je heen en iedereen lijkt haast te hebben om z’n eigen plekje te veroveren. Maar waar is dat plekje dan? Is er uberhaupt wel genoeg plek? Wie is hier ‘in charge’?

Kritisch
Onzeker geworden bekijk je je eigen stukje eens kritisch. Zijn mijn kleuren wel mooi, onderscheid ik me wel genoeg? Iedereen ziet er zo anders uit. Ben ik dan beter of slechter? Ben ik onderdeel van een geheel? Ja toch, vaag herinner ik me zoiets. Deel van iets groters dan ikzelf.

Opgaan in het geheel
Mijn beeld verandert. Ik lijk wel een beetje uit te zoomen. Ik herinner me weer dat er zoiets is als een complete plaat op de doos. O ja, daar sta ik op! Zie je, ik hoor hier gewoon thuis. Ik hoef me niet te haasten om een plek te veroveren, ik hoor er gewoon bij. Ik voel me gerustgesteld. Van afzonderlijk puzzelstukje lijk ik nu weer op te gaan in het geheel.

Allebei tegelijk
Gek die perspectiefwissel. Soms lijkt het of ik opeens in stukjes uiteenval en dan weer zie ik opeens de totale plaat. En soms zelfs allebei tegelijk. Zowel puzzelstukje als geheel. Best verwarrend. Maar langzaam begint het me te dagen: de puzzel is goed zoals ie is. De puzzelstukjes ook. Geen haast. Geen vergelijk. Ik weet mijn deel van een groter geheel.

Wat fijn dat het allemaal in elkaar past!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.