In contact met je oerkracht

Hij heeft een splinter in zijn voetje. Huilend zit hij bij mama op schoot. Ze troost hem. Papa gaat de pincet halen. Dan begint ze hem te waarschuwen. Dat ze de splinter er zo uit gaan halen. Dat het wel even pijn zal doen. Maar het moet toch. Het jongetje verstijft en verkrampt. Hij gaat nu echt hard huilen, met paniekerige uithalen. Mama wordt er nerveus van en verkrampt ook. Het leed is geschied. Ze zijn bang voor wat komen gaat.

Het lijden
Zomaar een klein, alledaags voorbeeld om het welbekende spreekwoord te illustreren: De mens lijdt het meest, om het lijden dat hij vreest. Hoe vaak doen we dit; vele malen per dag zetten we ons schrap voor wat komen gaat. Houden we onze adem in; een soort krampachtige inademing. De opgeluchte uitademing die daarna meestal volgt, is er vaak een van opluchting, dat alles ‘achteraf’ toch wel meeviel. Dat associëren wij dan met ontspanning. Fjoew.

Gespannen dynamiek
Hoe zou het zijn als we deze gespannen dynamiek doorzien en bewust kiezen voor meer ontspanning? Schrap zetten voor wat komen gaat en angst voor toekomstig lijden = namelijk NU alvast lijden. Maar hoe vinden we hierin onze weg richting ontspanning?

Future trippen
Een goede manier is om bewust terug te keren naar je NU en je verkramping en angst in je lijf op te merken. Ah, ik ben aan het future trippen. Even terug naar nu. Het NU is je krachtmoment. Nee, het NU voelt zeker niet altijd comfortabel of gemakkelijk. Dat hoeft ook niet. Maar echt aanwezig zijn in het NU geeft je toegang tot ongekende kracht en mogelijkheden.

Crisismoment in je leven
Denk eens terug aan een crisismoment in je leven. Dat het er echt op aan kwam. Grote kans dat je normale denken werd overgenomen door een intense, stuwende kracht. Dat je als het ware in de directe ervaring schoot, zonder omgevingsruis. Een soort oerkracht, oervertrouwen nam het roer over, ondanks de uiterlijke omstandigheden.

NU moment
Dat oervertrouwen. Die kracht. De directe ervaring. Daar kunnen we niet alleen in crisismomenten per ongeluk in belanden. Die kunnen we ook uitnodigen in alledaagse momenten, waarin je denken, je schrap zetten, je angst voor de toekomst je parten speelt. Het vertrouwen dat je elk NU moment dat je is gegeven, aankunt en kunt dragen. Dat je je zelfs kunt laten dragen door de directe ervaring, als je durft.

Vraag met regelmaat af wat je probleem is
Open je armen, ontspan je schouders en vraag je met regelmaat af: wat is mijn probleem, nu? En geef jezelf eerlijk antwoord. En is het 9-van-de-10 keer angst voor toekomstig lijden? Nodig dan je vertrouwen, je innerlijke kracht eens uit om in het NU te blijven en te ontspannen. Probeer maar eens.

Met vol vertrouwen terug in het NU
Met het jongetje is het trouwens helemaal goed gekomen. Op het moment suprême van het verwijderen van de splinter kijkt hij met volle aandacht naar zijn favoriete filmpje, op de iPad op zijn schoot. Daarna springt hij op en huppelt weg. Vol vertrouwen terug in zijn NU.

Het leven als puzzel

Ze hangt boven haar puzzel. Haar hand gaat door de stukjes en ze bestudeert de plaat op de doos. Ze legt een stukje en verzucht tevreden: wat fijn dat het allemaal in elkaar past! Een soort eenheidsgevoel overvalt me.

Deel van het geheel
De puzzelaar ziet het complete plaatje. Identificeert zich niet met de afzonderlijke puzzelstukjes, maar maakt ze deel van het geheel. De vormen groeien zonder haast naar het complete plaatje toe. Er hoeft ook niks verbeterd te worden, want het is er allemaal al. Het complete plaatje zelf verandert niet. Het geheel is en blijft. Het perspectief van de puzzelaar. Hoe heerlijk. Overzichtelijk. Alomvattend veilig en zeker. Het zien van het geheel en de rest is spelen met vormen.

Eigen plekje
Maar dat gevoel van eenheid is er niet altijd. Want soms word je zomaar in de puzzel gezogen. Door een trigger. Een herinnering. Een vleugje angst. En dan opeens lijk je een afzonderlijk puzzelstukje, dat zoekt naar het geheel. Er is geen totaalbeeld te bekennen. Er krioelen honderden andere stukjes om je heen en iedereen lijkt haast te hebben om z’n eigen plekje te veroveren. Maar waar is dat plekje dan? Is er uberhaupt wel genoeg plek? Wie is hier ‘in charge’?

Kritisch
Onzeker geworden bekijk je je eigen stukje eens kritisch. Zijn mijn kleuren wel mooi, onderscheid ik me wel genoeg? Iedereen ziet er zo anders uit. Ben ik dan beter of slechter? Ben ik onderdeel van een geheel? Ja toch, vaag herinner ik me zoiets. Deel van iets groters dan ikzelf.

Opgaan in het geheel
Mijn beeld verandert. Ik lijk wel een beetje uit te zoomen. Ik herinner me weer dat er zoiets is als een complete plaat op de doos. O ja, daar sta ik op! Zie je, ik hoor hier gewoon thuis. Ik hoef me niet te haasten om een plek te veroveren, ik hoor er gewoon bij. Ik voel me gerustgesteld. Van afzonderlijk puzzelstukje lijk ik nu weer op te gaan in het geheel.

Allebei tegelijk
Gek die perspectiefwissel. Soms lijkt het of ik opeens in stukjes uiteenval en dan weer zie ik opeens de totale plaat. En soms zelfs allebei tegelijk. Zowel puzzelstukje als geheel. Best verwarrend. Maar langzaam begint het me te dagen: de puzzel is goed zoals ie is. De puzzelstukjes ook. Geen haast. Geen vergelijk. Ik weet mijn deel van een groter geheel.

Wat fijn dat het allemaal in elkaar past!

Meevaren op de flow

Soms stroomt het allemaal zo fijn. Ik laat me dan meevoeren door de stroom en geniet daar intens van. Meevaren op de directe ervaring, flow. En dan zomaar opeens blijf ik haken aan een puntige boomstronk, die in de stroom ligt. Au!

Houvast
In een reflex klamp ik me uit alle macht vast aan de stronk. Het kost moeite, want de stroom is sterk. Kan ik deze stronk niet gewoon loslaten en me verder laten meevoeren door de stroom? Nee! Loslaten is nu wel het laatste dat ik wil. Hoewel puntig en pijnlijk, voelt de stronk als houvast. Ik klem me vast aan bekend terrein.

Niet zeuren
Dat vastklampen, daar heb ik lange tijd een dingetje mee gehad. Er zat een flink oordeel op. Ik voelde dat de stronk stond voor oud zeer, en daar bleef ik dus aan vasthouden. En dat mocht dus niet van mezelf. Hup, gewoon meestromen met de flow. Loslaten en niet zeuren!

Ander perspectief
Dit perspectief vond ik toch niet zo vriendelijk voor mezelf. En het hielp ook helemaal niet. Dus besloot ik me open te stellen voor een ander perspectief. Blijkbaar heb ik even te blijven hangen bij deze boomstronk. Waarom? Geen idee. Misschien om een oude wond te likken? Laat ik eerst erkennen dat ik hier ben, hakend achter deze stronk oud zeer. Even rondkijken. Me afvragen waar de stronk symbool voor staat. En dan, als ik mezelf even de ruimte geef, komen er beelden op. Ik zie dat die opmerking of situatie van net haakt aan iets wat ik herken van vroeger.

Oude overtuiging
Er komt een oude overtuiging bovendrijven, iets wat ik blijkbaar nog geloof over mezelf. Bijvoorbeeld deze oude bekende: Ik-moet-het-toch-allemaal-alleen-doen. Ben je daar weer? zeg ik snibbig tegen ik-moet-het-toch-allemaal-alleen-doen. Ja, zegt deze vriendelijk. Ik kom me even melden zodat je kunt kijken of je me nog steeds gelooft. Ik ben er even stil van. Da’s eigenlijk best een goeie.

Bevriend met mijn intuïtie
Vind ik nog steeds dat ik het allemaal alleen moet doen? Wil ik dat eigenlijk nog steeds geloven? Eigenlijk niet. Inmiddels ben ik goed bevriend geraakt met mijn intuïtie en daardoor ervaar ik vaak een gevoel van steun, verbinding en innerlijke leiding. Ook kan ik zien dat ik nu als grote meid veel meer keuze heb om te dealen met moeilijke dingen. Dus kan ik dat aangeraakte angstige stukje in mij misschien wel geruststellen. Het is goed. Je hoeft het niet alleen te doen. Ik ben er.

Loslaten
Langzaam voel ik mijn greep verslappen. Eigenlijk laat de stronk mij los. Het heeft even de volle aandacht gehad en dan verliest het zijn aantrekkingskracht. Ik blijf nog even hangen en voel dat het goed is. Dan laat ik zonder moeite los. En ik stroom verder, met een licht gevoel.

Dankjewel stronk.

Furieus? Agressie is beteugelde levenskracht.

In de supermarkt baan ik me met mijn kar door een groepje klierende scholieren. Direct krijg ik een paar heftige scheldwoorden naar mijn hoofd geslingerd. Het gescheld boort zich als een scherpe pijl in mijn systeem en mijn fysieke reactie verrast me. Mijn borst vliegt in brand en ik voel mijn bloed kolken. De scholieren maken zich uit de voeten. Daar sta ik, tegen mijn kar geleund, te incasseren.

In de tegenaanval
Ik kauw op de mij toegebeten woorden. Schelden doet geen pijn, toch? Nee, ik voel me niet persoonlijk aangesproken. Maar ik voel me wel direct aangevallen. En een aanval, dat vraagt om een tegenaanval, roepen mijn alarmbellen. Terwijl de scholieren allang weer in de klas zitten, maakt mijn systeem zich op om de tegenaanval in te gaan. Ik voel agressie kolken. Nee, ook dit voelt niet persoonlijk. Ik kan nu iedereen wel uitschelden, die voor mijn voeten loopt. Er komen opeens ook allerlei scheldwoorden in me op, waarvan ik niet wist dat ik ze in me had. Ik realiseer me dat wij dus ook soortvan hetzelfde zijn, die scheldende scholier en ik. Allebei willen we onze agressie afreageren. Het enige verschil is dat hij het doet en dat ik me daar te beschaafd voor voel.

Kom maar binnen
Die realisatie helpt me een beetje, maar de de kolkende agressie in mij houdt aan. Ik mediteer, badder, yoga, wandel en laat het razen in me. Het gaat wel weer over. Het gaat wel weg, denk ik. Ik wil het weghebben, dat agressieve gevoel. Agressie en ik, wij kennen elkaar niet zo goed. Ik houd agressie graag op afstand, want het geeft me vaak een vervelend en verontrust gevoel. Maar agressie lijkt voorlopig absoluut geen zin te hebben om weg te gaan. Omarm het, verwelkom het, pleit een zacht stemmetje in mij. Na een paar woelige dagen geef ik me over. Ik nodig agressie uit om bij me binnen te komen. Vertel me dan maar wat je boodschap is.

Wat een power!
Als agressie binnenkomt gaat ze zeker niet rustig zitten aan mijn innerlijke keukentafel. Ze kolkt en wemelt. Ze doet de vensters klapperen en forceert deuren. Wat een power! Ik observeer haar. Het verrast me dat ik haar als een ‘haar’ beschouw; gewoonlijk zie ik agressie meer als een mannelijke emotie. Van gekkigheid weet ze even niet waar ze het zoeken moet, ze duikelt, raast, doordringt alles met een nietsontziende kracht. Ze oogt ook wat ongeoefend, lomp zelfs. Als een wilde ongetemde merrie, die te lang op stal heeft gestaan. Agressie is levenskracht die te lang op stal gestaan heeft.

Vrijheid, expressie en levenslust
Nou, nu is ze vrij! Deze wilde merrie steigert en galoppeert. Ze ademt vrijheid. Expressie. Levenslust. Ik zie dat ik haar beter niet kan beteugelen, maar haar juist vrij mag laten rondgalopperen in mijn innerlijke wereld. Ze laat me zien dat ik niet bang hoef te zijn voor haar kracht. Ze heeft geen kwaad in de zin, ze wil erbij horen, en niet steeds op stal staan. Die energie mag door me heen stromen. Ik krijg er lol in om haar zo bezig te zien. Kom maar, felle furie, leef je maar uit op mijn innerlijke velden. Galoppeer langs mijn oneindige vloedlijnen. Leef je uit, voel je welkom in mij. Je hoeft niet meer op stal. Je bent vrij in mij. Dan gaat de wind liggen en gaat de galop over in draf.

Het grotere geheel

Ik voel me alsof ik in een wasmachine ben gestopt, de hele maand hardhandig ben rondgedraaid en schoongeschrobt, met als toetje nog een een paar dagen in de centrifuge. Uitgewrongen arriveer ik bij mijn meditatiekussentje. Ik ga zitten.

Enorme weerstand
Nou, eerst maar even op m’n ademhaling letten. In. Uit. In. Uit. Meteen word ik besprongen door een enorme weerstand. Hier heb ik dus helemaal geen zin in! En geen tijd voor bovendien. Gefrustreerd voel ik me. Bozig. Ik blijf toch nog even zitten.

Ik heb zo’n zin in koffie
Een pijntje in mijn bil. Kramp in mijn voet. Ik wiebel wat om het ongemak te verzachten. Er zeurt een pijntje in mijn borst. Zo, dit is wel lang genoeg, toch? Tijd om op te staan en dingen te gaan doen. Ik heb zo’n zin in koffie. Met chocola erbij. Maar nee, ik blijf toch nog even zitten.

De observeerder
Ik adem wat dieper door en probeer spanning los te laten bij de uitademing. Ook al heb ik er geen zin in, het heeft wel effect. De pijntjes leiden me niet meer zo af. De negatieve gedachten en emoties worden minder overheersend. Alles wordt wat helderder. Ik lijk wat dieper in mezelf te zakken en me open te stellen voor iets wat groter is dan ik. Een groter geheel, waar ik deel van uitmaak. Mijn perspectief verandert ook; ik zoom uit en kom meer in de rol van de observeerder. Ik kan Ine nu als het ware bezien, daar op dat kussentje. Ik ervaar mezelf nu vooral als ruimte. Voel me gedragen. Een gevoel dat alles helemaal OK is zoals het is.

Begrippen worden ervaringen
De ruimte waar ik nu ben, voelt als een soort collectief kloppend hart. Waar begrippen als liefde, rust, compassie en eenheid opeens inhoud krijgen en ervaringen worden. Die begrippen waar ik, ondanks mijn verlangen, zo vaak niet bij kan in het dagelijks leven. Maar zodra ik de rust neem om te gaan zitten en mijn hart open te stellen, dan komen deze ervaringen ineens wel binnen bereik. En dan sta ik weer op van het kussentje en ga mijn dingen doen.

Blij dat ik toch nog even was blijven zitten.

Wat kies jij: liefde of angst?

Liefde

Wat kan die innerlijke criticus toch tekeer gaan! Als je die z’n gang laat gaan en je even niet oplet, dan kun je zo je hele dag beleven in een wereld vol oppervlakkige oordelen, onzekerheden en ander niet-helpend geworstel.

Doodvermoeiend
Het voelt dan alsof de wereld onveilig is. Waar keihard gepresteerd moet worden om mee te tellen. Waar alles goed of fout kan gaan en waarin je dus zelf een heeel belangrijke factor bent. Jij moet namelijk zorgen dat het allemaal de goede kant uit gaat. Pff. Doodvermoeiend.

Even parkeren
Gelukkig is er ook die andere wereld. Ook al lijkt ie met alle personages ogenschijnlijk op de wereld hierboven, toch is ie totaal anders. In deze wereld kom je als je voorbij de innerlijke criticus bent gekomen. Letterlijk. Hij of zij is niet weg, dat kan ook niet. Maar je komt eraan voorbij, door hem bewust even te parkeren of niet zo serieus te nemen.

Moeiteloze ontspanning
En dan… verandert de wereld zienderogen. Je ervaring wordt rustiger. Stiller. Kleurrijker. Je blik wordt niet meer zo gevangen door alles wat ‘mis’ kan gaan, maar wordt zachter, opener. Vanuit begrip en vriendelijkheid zie je gewoon minder bedreigingen. Het voelt veiliger; dat het eigenlijk allemaal toch wel klopt allemaal. En tot grote opluchting: dat het allemaal niet van jou afhangt. In deze wereld voel je je opgenomen in het grotere geheel en mag je gewoon mee. Meestromen. Meebewegen. Paradoxaal genoeg krijg je tegelijkertijd ingevingen die je juist heel krachtig doen voelen. En kun je tot geinspireerde actie komen, vanuit een moeiteloze ontspanning. Nice!

In de verdediging
Een switch van de ene wereld naar de andere is zo gemaakt, heb ik gemerkt. Vooral van de veilige naar de onveilige wereld. Er hoeft maar een trigger langs te komen (iemand die me doet denken aan dat klasgenootje waar ik een hekel aan had) en de wereld verandert waar ik bij sta. Ineens doet alles me grauw en onveilig voor en vanuit een reflex schiet ik in de verdediging. Van dat soort momenten smult mijn innerlijke criticus en die is er als de kippen bij om me hierbij verder te helpen. Zelfafwijzing is eigenlijk altijd het eind van dat liedje.
Dit gebeurt me meerdere malen per dag.

Van onveilig naar veilig
Daarom doe ik vooral veel onderzoek naar hoe je weer terugswitcht van de onveilige naar de veilige wereld. Dit zijn mijn bevindingen:

Niet oordelen
Allereerst is het opmerken en bij jezelf waarnemen dat je weer die ‘oordelende, onveilige’ wereld ervaart. Puur opmerken, dus niet oordelen (shit, ben ik weer hier!) want dat helpt juist niet. Meer observeren in de trant van: ah, ik voel me weer onveilig, ik weet waar ik nu zit.

Naar binnen keren
Vervolgens keer je naar binnen. 9 van de 10 keer heb je daar dan dus helemaal geen zin in, maar het is wel echt de way-to-go. Even op een rustig plekje gaan zitten, ogen dicht doen en de innerlijke schijnwerper naar binnen richten. Bewust een paar keer diep ademhalen. Kijken welke gedachten er op dit moment zijn. En welke gevoelens. Hoe voelt je lijf? En dat dan allemaal gewoon bekijken. Niet er wat van vinden. En als je daar wel wat van vindt, dat dan weer bekijken.

Je bent niet je gevoelens
En terwijl je al die woelige gedachten en gevoelens laat voor wat ze zijn, ga je eraan voorbij. Naar de plek achter al die gedachten, gevoelens en fysieke sensaties. Zien dat je die gedachten en gevoelens niet bent, maar dat je ze hebt. Op zich al een verademing. Je kunt eventueel je hand op je hart leggen en denken aan die stille plek achter dat gewoel. Op die plek kun je de keuze maken voor jouw wereld, jouw ervaring. Kies je voor de oordelende, onveilige wereld of kies je voor de niet-oordelende, veilige wereld? Of anders gezegd: kies je voor angst of voor liefde?

Kiezen voor de liefde
Je hoeft eigenlijk niets te doen, behalve bereid te zijn om de keuze te maken. En kies je voor liefde, luister dan. Je hoeft hier niets te doen, te fixen, te verdedigen. Alleen maar te luisteren. En de wereld verandert voor je ogen. Dan voel je je weer onderdeel van het grotere geheel. En kun je die zware rugzak vol verdedigingsmechanismen en ballast neerzetten en met lichte tred verder gaan.

De doorbraak

Er ligt nog maar een dun, broos laagje ijs op het water. Erdoorheen kan ze het water zien. Ze krijgt ineens enorme zin om door het laagje heen te breken en het water te laten stromen. Als een soort metafoor voor een doorbraak in zichzelf.

Op zoek
Ze gaat op zoek naar iets zwaars. Verderop ligt een dik stuk hout, half in het water. Dat lijkt wel zwaar genoeg om het ijs in een keer te breken. Ze trekt het hout op de kant en draagt het in twee armen naar het bevroren stuk meer. Zo, ik heb me hier een flinke bos hout voor de deur, grinnikt ze onderweg in zichzelf. Als dit alles een metafoor is, waar staat deze ͞flinke bos hout dan voor?, mijmert ze. Stevigheid? Opgedane wijsheid? Waar zou het hout symbool voor staan. Ze denkt aan warmte, aan haardvuur, de kachel laten branden, brandstof om het vuur mee op te stoken, om mee te koken, om op te zitten. Hout als brandstof om te leven.

Haar metafoor
Ze haalt diep adem, slaakt een kreet en gooit het stuk hout op het ijs. Het ijs breekt direct door de zwaarte van het hout. De scheur in het ijs vormt meteen een weggetje, zo voor haar ogen. Ze raakt erdoor ontroerd. Wat een prachtig beeld, hier in haar metafoor. De weg opent zich voor de flow. Het hout drijft moeiteloos in de waterweg. Ze voelt zich gerustgesteld. Ze is er doorheengebroken. Het is goed zoals het is. Ze is veilig. Het is veilig. Haar directe ervaring wordt niet lang daarna doorbroken door gedachten die zich aan haar opdringen. Wat betekent dit nou precies? Waar breek je dan nu doorheen?

Compassie en liefde
Een antwoord welt in haar op. Misschien wel door een oud gevoel van schaamte of schuld, dat nu nog als een dun ijzig laagje over haar diepe wateren ligt. Maar ze ziet nu dat het werkelijk nog maar een dun laagje is. Het dooit in haar. Lange tijd was dit stuk in haar een diepbevroren ijsvlakte, waar al het water was bevroren. Geen beweging mogelijk. Ze kwam daar ook niet. Haar te koud. Maar nu het is gaan dooien in haar, door het steeds meer toelaten van compassie en liefde, wordt automatisch ook dit diepbevroren stuk aangeraakt. De liefde doet het ijs smelten.

Warme tranen
Met het smelten komen ook die oude gevoelens van pijn naar boven. Warme tranen zijn nodig om de pijn te voelen en te omarmen. Zo gaat dat vaak met oud verdriet. Dat wil nog een keer gevoeld worden, erkend en dan mag het los. Haar warme tranen doen het ijs nog verder smelten.

Ruimte om te spelen
En zo ontdekt ze dus dit gebied, met dat dunne laagje ijs erover. Het voelt als nieuw gebied. Waar ze eerder niet kwam vanwege die koude ijzige lege vlakte. Nu is ze er en hebben haar tranen het gebied verwarmd. Die ijzige vlakte lijkt nu wel ruimte geworden. Ruimte om te spelen, nieuwe dingen te ontdekken. Nieuwe avonturen te beleven.

Een nieuwe tijd
Ze voelt het. Met het gooien van het hout voelt ze zin om dit nieuw gebied te verkennen, met al het hout voor de deur dat ze de afgelopen tijd verzameld heeft, met al haar liefde en compassie en zin om te spelen. Ze breekt er doorheen. Dit is een nieuwe tijd.